Noémie, anders natuurlijk kan ook

Noémie, anders natuurlijk kan ook.

Het jaar 2009 loopt op zijn einde. We feesten in klein gezelschap, met een lekker diner. Om 2 uur ‘s nachts liggen Thomas, mijn lief, en een vriend uitgeteld in de zetel te snurken. Te veel en te lekker gegeten of teveel wijn . Ik kijk naar de televisie. Nog 3 weekjes wachten en onze verrassing wordt geboren. Ik heb die avond veel gelachen. Zoals heel mijn zwangerschap trouwens. Ik maak de mannen wakker, stuur de ene naar huis en de andere naar zijn bed. De volgende dag vertrekken we naar Parijs voor een laatste romantisch weekendje met twee.

Het is 11 uur ‘s morgens. De ochtend van het nieuwe jaar. Ik voel nattigheid. Letterlijk dan. Ik spring snel uit bed en loop naar het toilet. De helft ligt al op de vloer. Vreemd … wat zou het zijn: mijn water is gebroken of heeft de baby opnieuw op mijn blaas getrapt? Ik ruik aan het vocht. Het heeft geen geur. De vroedvrouw bellen dan ? Ik bel, het is Marianne. Ze zegt dat als het al mijn water is, dat ik nog tijd heb. “Kruip maar terug in bed.” Thomas geeft haar gelijk. We kruipen weer gezellig onder de dekens. 

11u03 Ik hou me stevig vast aan het bed. Dit is niet normaal. Waw ! Wat doet dat pijn. Een heel hevige wee ? Ik houd de klok in het oog want iemand zei me: om de 5 minuten is vertrekken voor het ziekenhuis. 

11u06 OK, om de 3 minuten ? Ik bel Marianne weer op. “Ik sta in de winkel, maar kom eraan,” zegt ze.

11u30 Marianne komt toe en checkt. 7 cm opening. “Dat is NU naar het ziekenhuis of thuis bevallen.” Ik zie Thomas nog even twijfelen. We hebben het er zo vaak over gehad. Ik thuis, hij ziekenhuis … het compromis was met de vroedvrouwen poliklinisch bevallen in Ukkel in de natuurkamer. Geen medische toestanden voor mij. We besluiten dan toch maar te vertrekken. We grabbelen de logeerzak mee, die ik maar half gepakt had. We vergeten onze GSM, het fototoestel en nog wat dingen, maar kom, het moet snel gaan.

11u45 Het sneeuwt buiten. We hebben een ritje van een half uur voor de boeg. Ik schreeuw in de auto. Alles doet zo’n pijn ! 

12u20 Aangekomen in het ziekenhuis. Ik mag de natuurkamer in. Heel leuke kamer met groot bed, groot bad, zitbal, baarkruk … Marianne laat het bad vollopen. Ik zal er uiteindelijk nooit in geraken. Ik schreeuw heel hard: “Marianne, dat doet pijn !” Marianne blijft heel kalm: “Ik ga het niet in jouw plaats doen, hé meid, komaan je kan het.” Ik maak stoelgang op de tafel. Hoe genant ! Marianne stelt me gerust dat dat heel normaal is. Maar toch … achteraf gezien het minst aangename van heel mijn bevalling. Marianne vraagt de hele tijd of ik geen weeën heb gehad vannacht. Of harde buiken ? Neen, ik heb zelfs goed kunnen slapen. “Harde buiken ? Wat is dat ?” vraag ik haar zelfs. Geen voorbereiding, geen oefening gehad. Alleen mijn water dat brak en toen hevige weeën. Marianne voelt nog eens … 10 cm opening. “Je mag persen.” Ik voel nochtans geen persdrang. Ze zet me op de baarkruk. Thomas gaat achter mij zitten. Ik duw en duw. Ik voel het branden onderaan en houd de baby onbewust wat tegen. Jezus, wat doet het allemaal pijn en hoe onaangenaam is dit ! Met mijn ellebogen boor ik in Thomas zijn dijbenen. Thomas wordt misselijk van de geuren en de pijn, maar geeft geen kick en helpt me. Ik schreeuw en schreeuw. Er komt een vroedvrouw binnen van het ziekenhuis. Samen met Marianne vatten ze post voor mij. Ze moedigen me aan. “Goed zo, mevrouw, we zien het hoofdje al. Doe zo voort.” 

Maar dan zie ik hun gezichtsuitdrukking allebei veranderen. Ze worden plots heel ernstig. Ik merk niets, maar blijf maar persen. Er komt stoelgang naar buiten. De baby verliest de inhoud van zijn darmen bij de bevalling … langs zijn hoofd ? Plots dringt het tot iedereen door: dat is geen hoofd, dat is een poep ! 

De vroedvrouw van het ziekenhuis rent naar buiten om de gyneacoloog erbij te halen. Marianne legt me weer op tafel. Ik ben me nog niet echt van iets bewust, maar plots stormen er heel wat mensen de kamer binnen. Alles wordt erg rumoerig om me heen. Ik heb zoveel pijn dat ik in een waas alles meemaak. 

Er buigt zich een jonge vrouw over mij heen. De assistente-gyneacologe blijkbaar. “Mevrouw, gelieve te stoppen met persen. Ik ga mijn overste eens bellen om te kijken of we geen keizersnede moeten uitvoeren,” zegt ze, met een Hollands accent. Ik staar haar wat verdwaasd aan. “Stoppen met persen ?” flitst door mijn hoofd. “Hoe doe je dat ?” Maar ik kan geen woord uitbrengen. Ze herhaalt nog eens wat ze gezegd heeft en checkt of ik haar wel begrepen heb. “Neen, geen keizersnede,” kan ik alleen maar denken. Ik knik wat slapjes. Het enige wat ik kan zeggen is ‘auw’.

Nog geen minuut later staat ze er terug. “Het is al te laat, we gaan het zo proberen. Kom maar op de rolstoel zitten. We gaan u naar een medische kamer brengen voor het geval dat.” Ik heb zin om te schreeuwen: “Op de rolstoel zitten ? Met een halve baby tussen mijn benen ? Ben je helemaal gek ?” Maar ik heb overal zoveel pijn dat ik me laat heffen en op de rolstoel laat zetten. Ik ben helemaal naakt en de vroedvrouwen (het zijn er ondertussen wel 5 geworden) beginnen te knoeien met een deken dat absoluut over me heen moet liggen om door de gang te gaan. “Wat kan mij dat schelen dat mensen me naakt zien ! Breng me snel naar die andere kamer,” denk ik. Maar weer zeg ik niets want het enige dat ik kan doen is schreeuwen van de pijn.

In de ‘medische kamer’ word ik op een bed gelegd. Voeten in de voetsteunen. Benen uit elkaar. Het ligt heel onconfortabel en mijn liezen doen pijn van het uit elkaar gerokken te worden. (na de bevalling zweer ik nooit meer op zo’n tafel te gaan liggen !) In de kleine kamer staan wel tien mensen. Er komen regelmatig nog mensen binnen om handdoeken en andere dingen aan te geven. Iedereen wil het zien: een stuit, zonder keizersnede ! Marianne zit wat verloren in een hoek en Thomas heeft nog net de plaats om achter een vroedvrouw zijn arm naar me uit te steken. Verschrikkelijk allemaal, eigenlijk. De gyneacologe zegt dat ze me een knip gaat geven om zeker te zijn. Ze verdooft me onderaan en knipt stevig. Na het knippen duurt het geen minuut of er floept een poep naar buiten. 

Plots is het stil in de kamer. Iedereen houdt zijn armen gekruisd en kijkt toe. Zij weten dat als je een poep van een stuitkindje aanraakt, de baby in de buik zijn armen open zwaait en dat er dan complicaties optreden om het kind ter wereld te brengen. Dus moeten ze toekijken en afwachten (duidelijk moeilijk voor iedereen !) Ik weet van niks en denk: “Waar kijken jullie zo naar ? Haal die baby eruit; ik heb pijn !” 

Ik duw nog eens. Nu komt het hele lijfje naar buiten: voeten, benen, armen, schouders, buik. Er komt weer beweging in de kamer. De gyneacologe gaat naar binnen met een vinger en vormt een haakje. Met haar vinger zoekt ze de mond van de baby en helpt de baby zo helemaal naar buiten. Het hoofdje komt het laatst. 

Er wordt een klein roos ding op mijn buik gelegd. De baby huilt onmiddellijk. Na enkele minuten wordt de baby weggehaald voor nader onderzoek, want een stuit … wie weet wat de baby allemaal voor heeft. Niets dus. Apgar 9, 9 en 1O. Perfect gewicht, perfecte kleur, perfect geluid. 

Ik word genaaid en kijk toe hoe ze de baby verzorgen. “Wat is het nu eigenlijk ?” vraag ik aan Thomas die toekijkt. Thomas lacht. Van alle spanning zijn we vergeten te kijken welk geslacht het kindje heeft. “Een meisje,” zegt hij. “Hoe gaat ze heten ?” vraagt de gyneacologe. 

Noémie

2kg990, 50 cm en geboren om 14u20. 

3u20 na het breken van de vliezen ! Snelle bevalling is goede bevalling, zeggen ze altijd.

We zijn zo van de kaart van alles wat er gebeurt is, dat we besluiten een nachtje in het ziekenhuis te blijven. Marianne helpt me op bed en verzorgt me nog wat. Ze geeft me wat tips voor de borstvoeding, maar Noémie is er onmiddellijk goed mee weg. Hoe perfecter kan het nog ? Thomas staat er wat trots en verbaasd naar te kijken.

Pas om 19u ‘s avonds, als Thomas heen en weer naar huis is gereden, kunnen we foto’s maken en de mensen op de hoogte brengen met berichtjes. Mijn mama belt in paniek want ze denkt dat ik in Parijs bevallen ben. Ik moet er om lachen.

Thomas slaapt verschrikkelijk slecht van alle geluiden op de gang en waarschijnlijk ook van de opgedane adrenaline. Ik kan de slaap zeker niet vatten. Wat een wondertje op mijn buik ! Ze zijn heel lief op de materniteit. We worden helemaal met rust gelaten. De volgende dag wil ik naar huis. Alle verplegend personeel is verbaasd. Nu al naar huis ? Na een stuitbevalling ? Of ik niet nog pijn heb enzo ? 

Ik voel me goed. Ja, ik loop als een cowboy met al dat maandverband in mijn onderbroek, maar ik ga ervan uit dat dat zo bij elke bevallen vrouw is. En de knipwonde valt wel mee. Het spoelen in de douche doet deugd. Met Noémie gaat alles heel goed. Dus hop, de auto in.

De dag nadien komt Marianne thuis op bezoek. We spreken uitgebreid over de bevalling. Hoe komt het toch dat het zo’n verrassing was ? Enkele dagen voordien was ik nog op controle geweest. De vroedvrouw had toen getwijfeld of het toen een stuit of een hoofd was. Ik moest op 4 januari op controle-echo gaan. Daar ben ik dus niet meer geraakt. Bovendien ging alles zo snel dat het allemaal moeilijk te controleren viel. “Je dochter heeft me in ieder geval echt iets bijgeleerd,” zegt Marianne. 

Een bevalling om nooit meer te vergeten … ook het ziekenhuis had iets bijgeleerd: anders natuurlijk kan ook.