Niko Roos - door papa

Om tien over twee, in de nacht van donderdag 12 maart op vrijdag 13, lag Niko, onze pasgeboren dochter, plots op de buik van mijn vriendin, Maaike. Ik begreep er niet veel van en Maaike nog veel minder. Ik geloof dat onze monden wat open hingen.  Slappe kaakspieren.

Een halfuurtje daarvoor had ik nog achter Maaike gezeten terwijl zij ergens de moed vond om de persweeën op te vangen. Waar ze die kracht na twee slapeloze nachten vandaan haalde, is me een raadsel. Ik, behoorlijk onder de indruk van mijn lief, diende als houvast tijdens en als ruggensteun tussen de weeën. Ik was me erg bewust van de bescheidenheid van mijn rol. Maar ik voelde wel dat het Maaike deugd deed, te kunnen leunen en steunen op iemand die ze vertrouwde.

Ik keek zo af en toe eens op. Naar Elke. Zij zat voor Maaike en sprak de hele tijd met zachte stem, beheerst bewegend. Ik vroeg me af, zo ergens bij het begin van de persweeën, toen het me begon te dagen dat er werkelijk een kindje op komst was en dat dit geen vreemde oefening was, of Elke wist hoe blij Maaike en ik waren dat zij hier was. 

Voor de persweeën was er een moeilijk moment. De laatste centimeter ontsluiting liet op zich wachten. Toen we in het ziekenhuis waren aangekomen, rond half elf ’s avonds, leek het zo snel te gaan. Bijna was die volledige ontsluiting daar. De weeën bleven in alle heftigheid komen maar het duurde. En ik zag bij Maaike, die van de bal naar het bad naar de baarkruk naar de mat ging, dat ze er schoon genoeg van kreeg. Eén keertje zei ze: Ik zou graag gaan slapen. En toen ongeveer begonnen de persweeën. Tja.

Rond negen uur ’s avonds stond Elke aan de deur. Maaike stond onder de douche.  Het verzachtte de weeën. Ik maakte thee. Tot dusver was dat zo’n beetje mijn taak geweest. Thee maken. Stil zijn. Maaike met rust laten. Toen Maaike de douche uitkwam, zo mooi blozend dat mijn hart opsprong, kwamen de weeën weer helemaal door. Ze trok zich terug in de slaapkamer, alleen. De geluiden die ze maakte, deden Elke, gebogen over de kamillethee zeggen: dat gaat niet lang meer duren. Ze had het ziekenhuis gebeld, niet lang na het binnenkomen, toen ze zag dat Maaike vijf à zes centimeter ontsluiting had. We zouden rond tien uur vertrekken.

Het is vreemd om iemand waar je zoveel van houdt pijn te zien lijden. Het is nog vreemder om te beseffen dat die pijn goed is. Telkens een stapje dichterbij. Toen Elke binnenkwam zei ik dat ik nog nooit zoiets indrukwekkends gezien had. Ze lachte en zei dat het beste nog moest komen. Ze had gelijk.  

Tussen vier en negen waren Maaike en ik alleen, thuis. Ik zag, terwijl de weeën heftiger en regelmatiger werden, hoe er iets in Maaike naar bovenkwam. Een opborrelende oerkracht. Dat is echt niet overdreven. Het lijkt alsof dat daar een hele vrouwenleven klaar zit, wachtend op dit moment. Te zeggen dat ‘iets’ het van haar overnam, lijkt me dan ook onjuist. Ze gebruikte gewoon haar hele lijf, elke vezel, elke cel. Alles moet geknetterd hebben daarbinnen. Alsof we de rest van onze dagen eigenlijk in sluimerstand doorbrengen, constant opgeladen voor het uitzonderlijke.  

Rond drie uur in de namiddag, donderdag 12 maart, fietste Maaike naar Zwanger in Brussel. Al twee nachten hielden oefenweeën haar uit haar slaap. Ik geloof dat ze onderweg met opzet een kasseienweg koos. Ik checkte thuis rustig mijn mails en zette nog wat thee.

Ik schrijf dit met mijn kleintje rond mij gebonden en begrijp er nog steeds niets van.  Ze snurkt een beetje en piept soms alsof ze droomt. Misschien droomt ze van mama’s buik.