Lisa

Bij mijn oudste dochter werd ik ingeleid wegens ‘gebroken vliezen zonder weeën’. Na een volledige arbeid werd ze uiteindelijk geboren met een spoedkeizersnede. Bij nummertje 2 was mijn grootste wens géén 2de keizersnede en gewoon natuurlijk bevallen. Het plan was kort samengevat: afwachten. In de lange versie: arbeid zo lang mogelijk thuis, en bij 5 à 6 centimeter naar het ziekenhuis vertrekken.

Tijdens de zwangerschap is er veel gepraat over de bevalling. Natuurlijk bevallen na een keizersnede kan, is eigenlijk te verkiezen, maar het moet allemaal vlot gaan. Tegen het einde van de zwangerschap kende ik alle do’s en dont’s: je kan niet ingeleid worden, tenzij als er bij 3à4 centimeter opening vliezen kunnen gebroken worden, je mag niet té lang over tijd gaan, je moet vlot ontsluiten, .... Om maar te zeggen: ik had elk scenario in mijn hoofd, ik wist wat ik wou, en wist ik ook dat het altijd anders kon lopen dan gedacht.

Na wat tuimelingen van de dochter (van hoofd naar stuit en weer terug) op 30 weken en een pijnlijke indaling rond 35 weken werd de kaap van 37 weken gerond. Het moment dat je (na een eerdere keizersnede) door een gynaecoloog moet gevolgd worden. Die was relaxed: “ga maar verder bij de vroedvrouw en ik zie u terug rond uw uitgerekende datum.” Op mijn volgende (achteraf gezien laatste) consultatie bij ZIB zei ik nog lachend: “de volgende ZIB consultatie haal ik nog wel, die bij de gynaecoloog niet meer.” Mijn oudste dochter was geboren op 39 weken en ik hoopte dat ook de tweede dochter zich vroeger zou aandienen.

Op 38 weken en een beetje word ik zoals vaak tijdens deze zwangerschap wakker rond 5 uur. Deze keer met harde buiken, op zich niet ongewoon. Ik ga toch maar naar beneden en besluit te timen. Regelmatige weeën om de 5 à 7 minuten gedurende een uur staat er op de belbrief van ZIB. De 'weeën' lijken mij niet regelmatig en duren niet langer dan een minuut. Ik moet ze wel wegpuffen maar er lijkt mij niet echt iets aan de hand. Tussen het aan en uit duwen van de timer lees ik een paar hoofdstukken verder in ‘The Luminaries’ van Eleanor Catton. Als rond half 8 mijn vriend en dochter opstaan lijkt alles weer rustig. Ik doe het af als oefenweeën. Mijn vriend vertrekt naar het werk.

Rond 12 uur begint er een nieuwe episode. Ik vraag me even af of ik mijn vriend niet zou bellen om naar huis te komen, maar rond 13u is alles opnieuw weer rustig. Samen met mijn dochter doe ik een volmacht op de post voor een vergadering een week na mijn uitgerekende datum. Daarna gaan we naar de apotheker, naar de winkel en brengen we een ipad binnen voor herstelling. De hersteller stelt voor om een uurtje te wachten “dan is het zeker klaar”, maar dat laat ik passeren.

Rond 16 uur weer weeën. Ik voel ze goed, maar doe het nog altijd af als oefenweeën. Rond 18u eet ik nog (veel) lasagne. Als ik daarna onder de douche ga, gaan de weeën niet over, integendeel ze worden heftiger. Ik heb nog altijd last van ontkenning, ook al lukt het mij niet meer om de dochter in de douche te doen, en ook niet meer om daarna met haar wat in bed te liggen, ook in ‘The Luminaries’ geraak ik geen zin meer verder. Om 20u15 heb ik dan toch weeën van meer dan een minuut. Ondertussen al om de 3 minuten, wat ik om een of andere reden helemaal lijk te negeren. Als mijn vriend vraagt “of ik niet zou bellen naar de vroedvrouw” reageer ik nog altijd  “ik moet eerst een uur regelmatige weeën hebben”.

Uit veiligheid sms ik toch naar de buurman of hij er is voor de dochter (nee), en naar de vriendin die stand-by is voor het ziekenhuis dat het misschien toch voor vanavond/vannacht is (ok). Rond 21u lijkt het alsof ik moet overgeven. Het signaal voor mijn vriend om de grootouders te bellen voor de dochter en alle spullen bij elkaar te zetten aan de trap. Omdat ondertussen de weeën écht pijnlijk zijn en kort op elkaar komen, besluiten we dat het tijd is voor het ziekenhuis.  Mijn vriend belt de vriendin die stand-by is. Mij lukt het niet meer.  Een andere buurman wordt opgetrommeld in afwachting van de grootouders, het emmertje voor het groenafval nog gauw afgewassen (nog altijd misselijk) en de kraammatras in de auto gelegd. In de auto blijf ik volhouden dat het nog wel zal overgaan, de vriendin sust “dan kom ik je gewoon terug halen”, maar ondertussen gaat zesneller rijden en als we er bijna zijn zegt ze “meisje, dit is niet meer om de 5 minuten hoor.”

De aankomst in het ziekenhuis is een beetje hectisch. Spoed stuurt een assistent mee ‘om de weg te wijzen’, het lijkt een beetje tegen zijn zin, vooral omdat ik de rolstoel die hij mee had genomen niet wil. De rolstoel gaat een beetje hardhandig aan de kant nadat ik een wee heb weggepuft aan een karretje in de gang, "die ga je dus toch niet gebruiken". Op het verloskwartier lijkt het alle hens aan dek: waar is de erkenning, hoe lang al weeën, waarom had je een keizersnee, kan je nog plassen, …

De vroedvrouw is kordaat, “ik voel duidelijk een hoofd” maar lijkt te twijfelen aan de opening “ik ga mijn collega halen”, waarop ik een beetje schaapachtig zeg dat ze nu toch niet weg gaat, waarop ze haar collega belt. De andere collega komt, ze heeft nog geen minuut nodig: 10 cm. Ik schrik. Ik schrik écht. Het eerste wat ik vraag is een epidurale: niet meer mogelijk. Ineens zie ik bevallen niet meer zitten. Ik wil eigenlijk gewoon naar huis.  Het gaat nu plots té snel. Afgaande op de vroedvrouwen lijkt de baby er nu, of alleszins het komende kwartier, aan te komen. Alles moet ineens snel gaan. De monitor moet aangesloten. Onmiddellijk een arts erbij. Ik heb alleen maar schrik.

De vroedvrouw breekt de vliezen en ik krijg persinstructies. Eerlijk gezegd hoor ik het nog altijd in Keulen donderen. Ik denk dat dit nooit gaat lukken, wat gecountered wordt “jawel, je moet positief denken”, maar ik lijk maar niet te kunnen wennen aan de situatie.

Na een tijdje besluit de vroedvrouw van strategie te veranderen: de baby zit hoog en ik maak me te moe in het (niet juist) persen. Ik word op mijn zij gedraaid “zodat ik kan wennen aan het idee dat ik ga bevallen” en met instructie om elke wee te gebruiken om de baby te laten zakken. Ik kalmeer. De endorfines doen eindelijk hun werk en voor mij voelt het alsof ik slaap van wee tot wee. Ik heb niet echt nog tijdsbesef en alleen maar pijn.  Ik vraag nog een paar keer epidurale, en op een bepaald moment zelfs of we geen keizersnee kunnen doen.

Dan voel ik de baby schuiven of draaien en denk ik, dit gaat toch nog lukken. Er komt een tweede assistent die besluit dat ik een infuus moet krijgen met iets om de weeën te versterken. Het is niet zo duidelijk waarom dat nodig is. Ik word teruggedraaid op mijn rug. In elk geval lukt het persen nu wel. Ik voel geen pijn meer, ik wacht nu gewoon op elke wee. Ik krijg de instructie “drie keer persen bij elke wee”, dat lukt maar 1,5 keer. Elke keer zegt de vroedvrouw na een blik op de monitor: de wee is nog niet weg. Ik wil dat ze mij met rust laten: ik wacht wel tot de volgende wee.

Volgens mijn vriend zakt de baby bij elke wee, wat hij ziet aan de sonde op het hoofdje die bij elke wee meer zichtbaar wordt. Na elke wee zegt hij “ze komt echt”. Op een bepaald moment zegt een van de assistenten dat de baby zwart haar heeft. Het breekt de spanning. Ik vertel dat ik zo graag een baby wil met veel haar. Als het hoofdje staat wordt de entourage (2 artsen, 2 vroedvrouwen) een beetje extatisch: “mevrouw wil u voelen” (nee), “zullen we een spiegel nemen dan kan u kijken” (nee). En dan een wee later is ze er. Ze lijkt als 2 druppels water op onze oudste dochter, ze is helemaal perfect. Het is dan 0:45.

Rond 8 uur bel ik Elisabeth en later op de dag heb ik ook nog Elke aan de lijn. Ze vraagt hoe lang ik in het ziekenhuis wil blijven. Nog niet over nagedacht eigenlijk. Ze legt uit dat je naar huis kan na een ok van de dokter en pediater. Ik vind het een goed plan, het ziekenhuis ook. 36 uur later zijn we allemaal samen thuis, klaar om te genieten van een prachtige nazomer.