​Kleine ridder, Tristan

Kleine ridder, Tristan.

Het is de avond voor de volle maan. Het weer klaart eindelijk op. Thomas, mijn man, Noémie, mijn dochter, en ik genieten nog van de tuin. Thomas werkt en Noémie en ik plukken frambozen en bessen. We gaan uitgeput naar bed om 11 uur. 

Ik word wakker van een wee. Ik kijk op de klok. Half 2 ‘s morgens. Jezus, da’s vroeg. Ik blijf liggen. Ik twijfel. Ik heb al 6 dagen oefenweeën, dus het kan even goed een oefening zijn. Ik hou de klok in het oog. Om de 10 minuten. Ik blaas de weeën één voor één weg. Het lukt me goed rustig te blijven. Zo rustig dat Thomas niet wakker wordt. Ik moet naar het groot toilet. Twee keer zelfs. Daar wordt Thomas wel wakker van. We liggen nog wat samen in bed. Om 3 uur beslis ik dan toch de vroedvrouw te bellen. Ik voel me wat beschaamd, zo midden in de nacht iemand wakker bellen. Ze komt eraan. Ik loop wat rond. In de kamer naast de onze, ligt Noémie te slapen. Ik ga haar nog een zoen geven. Een laatste zoen van mama met dochter alleen. Vanaf straks moet ze mij delen met iemand anders. Thomas begint alles klaar te maken: de zak, het boekje met informatie, de toiletzak, de maxi-cosi en natuurlijk het foto-toestel. 

Om 4 uur is Elke er. Ze onderzoekt me. 4 cm opening. Het ziekenhuis is toch een klein uur rijden (ja ja, er zijn mensen die beslissen in het hol van Pluto te gaan wonen ), dus vertrekken we maar meteen. De weeën zijn nu om de 5 minuten. De buurvrouw bellen we ook wakker om in de woonkamer post te vatten. Noémie blijft lekker in haar bedje slapen. Mijn ouders zijn ook opgebeld en komen eraan. Niemand vindt het erg om in actie te schieten in het midden van de nacht.

De rit naar het ziekenhuis verloopt rustig. Thomas rijdt niet te snel. We praten heel wat tussen de weeën door. Als je de weeën niet meerekent, lijkt het wel of we op weg zijn om een uitstapje te doen. Een uitstapje, ja, maar wat voor één !

Om 5 uur komen we toe in Ukkel, Sint-Elisabeth. Langs de spoed naar binnen, net als de eerste keer. De natuurkamer is vrij. Een grote kamer met groot bed, 2 baden, zitbal, baarkruk … alles erop en eraan. Ik ga op het bed liggen en Elke kijkt de hartslag van de baby nog eens na. Nu begin ik echt wel nieuwsgierig te worden: wordt het nu een jongen of een meisje ? Het geeft toch iets extra’s aan de bevalling om het niet op voorhand te weten. De baby maakt het heel goed. Ik krijg een infuus in de arm voor in het geval dat. Ik blijf zo een poosje liggen. Ik praat wat met Elke, vang om de 3 minuten een wee op en knijp dan heel hard in Thomas zijn hand. Die ligt achter mij op het bed misselijk te worden, van de slaap of de honger of de stress … hij weet het zelf niet goed.

Rond 6 uur vraagt Elke me of ik in bad wil gaan en laat ze het bad vollopen. Wanneer ik erin zak, voel ik onmiddellijk de ontspanning. Het is een beetje als een warm bad om maandstondenpijn te doen verdwijnen. Ik lig wat te dobberen. Thomas bedenkt dat hij misschien de cafetaria zal opzoeken om maagvulling te kopen. Gelukkig doet hij dat niet want net als Elke even de kamer uitgaat, voel/hoor ik een ‘plop’ in mijn bekken. Mijn water ? In bad voel of zie je niet echt iets natuurlijk. Ik lach nog met Thomas als plots een wel zeer pijnlijke, hevige wee aankomt. Ik schreeuw een beetje verrast. De daarop volgende weeën zijn om ter hevigst en heel kort na elkaar. Ik roep hard en kronkel zelfs een beetje in het bad. Een vroedvrouw van het ziekenhuis komt binnen en wil nog eens naar het hartje luisteren, maar ik zeg resoluut neen. Alles doet teveel pijn; ze moeten van mijn lijf blijven. Thomas heeft het gevoel dat hij er voor piet snot bijzit. Hij vertelt me achteraf dat het er allemaal heel pijnlijk uitzag. Ik concentreer me op Elke, die me heel bemoedigend aanspreekt. Mijn handen zijn gevoelloos geworden ondanks mijn pogingen om diep adem te halen. Ik had als puber heel wat last van hyperventilatie dus ik herken het gevoel wel een beetje. Alleen is het nu erger.

En dan is hij er dan: de drang om te duwen. Het lijkt wel alsof mijn heupen uit elkaar worden getrokken. Ik heb een branderig gevoel onderaan en voel iets hard. Het hoofdje wordt zichtbaar. Elke raadt me aan niet te snel te persen om niet in te scheuren. “Niet persen ? Hoezo niet persen ?” gaat er door mijn hoofd. Ze vragen of ik het hoofd wil aanraken. Ik kijk ze aan alsof ze chinees spreken en schudt het hoofd. Aanraken ? Neen, ik wil gewoon dat gevoel kwijt zijn. Bij de volgende wee komt het hele hoofdje eruit. Het zwaarste is voorbij. Elke begint aan de navelstreng te prutsen die blijkbaar rond de hals zit, maar nog voor ze veel kan doen, neemt de baby een duik in het water en bevrijdt hij zichzelf uit de knoop. De rest van het lichaam floept eruit. 

7 uur: daar ligt hij dan: Tristan. In het badwater. Ik mag hem op mij leggen. Ik blijf maar tegen Thomas herhalen: “Heb je gezien wat ik gedaan heb ? Heb je dat gezien hoe ik dat deed ?” Ik sta versteld van mezelf en van dat kleine ding op mijn borst. Het leek uren te duren, maar eigenlijk was alles al gedaan na een kwartier. 8 keer hevige weeën, 3 keer persen en hop …

Ik word uit bad gehoffen door Elke en Thomas en op het bed gelegd. De nageboorte laat even op zich wachten en ondertussen geniet ik van mijn kleine ridder. Hij is prachtig; hij is perfect. De pijn ben ik al bijna vergeten. 

Diezelfde dag om 16 uur gaan we naar huis zodat Noémie haar kleine broer kan leren kennen. Dat is even spannend. Maar Noémie kijkt ons aan alsof er niets aan de hand is. Ah, ja, mama, eerst de bébé in de buik en dan nu op de buik … wat is het probleem ? 