Jacob

Ik laat het geboorteverhaaltje van ons zondagskindje beginnen op vrijdagvoormiddag : mijn laatste sessie pre-natale yoga. Ik vertel er nog dat ik niets ongewoons voel, niets erop wijst dat de baby zich klaarmaakt om geboren te worden, twee dagen voor mijn uitgerekende datum. Dat ik zelf (28 jaar geleden) maar liefst drie weken "over tijd" ter wereld kwam (ook al houdt mijn mama vol dat twee van die drie weken te wijten zijn aan een misrekening van de dokters die de onregelmatige menstruatiecyclus die zij toen had miskenden) en dat ik denk dat onze zoon net als zijn mama ons geduld wel eens op de proef zou kunnen stellen. Ik had voorspoedige laatste zwangerschapsmaanden, en kan me maar moeilijk voorstellen dat die periode echt aan zijn einde komt. Moet er niet nog zo'n fase komen waar baby en moeder schoon genoeg hebben van dat 9 maanden lange buidel-leven? Yogalerares Sophie glimlacht en zegt dat er veel kan veranderen op 24 uur. En dat het goed is dat ik ben gekomen, dat de yoga bewegingen er soms voor zorgen dat het kindje zich nog in zijn laatste favoriete positie manoevreert voor de bevalling.

De yoga doet inderdaad deugd, al laat ik de meest stretchy oefeningen op aanraden van Sophie voor wat ze zijn. Nadien ga ik op consultatie bij Elke. Ik vertel haar hetzelfde. Tijdens het onderzoekje blijkt dat onze baby zich nog van rechts naar links heeft verplaatst sinds vorige week. Elke vraagt of ik wil dat ze mij ook even inwendig onderzoekt. Ik ben wel wat nieuwsgierig en vooral erg verbaasd als ik te horen krijg 2cm ontsluiting en al fel verkorte en verweekte baarmoederhals. Ik was ervan overtuigd dat ik iets zou voelen wanneer mijn lichaam dergelijke veranderingen bewerkstelligt.

Elke waarschuwt dat je gerust weken kan rondlopen met twee cm ontsluiting en adviseert: actief blijven. Toch zoekt ze even op wie er dat weekend van wacht is: dat blijkt Marloes te zijn. OK goed, denk ik, en merk dat ik op dat halve uurtje al geswitched ben van nog helemaal niet ingesteld op bevallen tot er eigenlijk wel klaar voor. Eenmaal buiten annuleren we de halve plannen om zaterdag nog te gaan brunchen in Gent, en besluiten te genieten van de laatste dagen met ons twee door de allergewoonste dingen te gaan doen.

Zaterdag maken we nog een stevige wandeling in de stad, gaan boodschappen doen, en in de vooravond zwemmen. Normaal rijden we daarvoor met de fiets de bescheiden berg van Koekelberg op tot het Ganshoren wordt, deze keer zeg ik tegen de echtgenoot Michiel: misschien nemen we eens de bus.

Wanneer we het zwembad binnenstappen, word ik een zwak maar uitgesproken nieuw gevoel gewaar dat me vaagweg herinnert aan menstruatiepijnen. Ik zeg bijna opgetogen: volgens mij had ik net een lichte voorwee. Zwemmen lijkt een excellent plan, de vorige keren toverde het water al dat extra gewicht gewoon weg.

We zwemmen heel kalmpjes een lengte of tien terwijl de zeurende pijn zacht aanhoudt. Na verloop van tijd merk ik een patroon van golven met pieken en dalen op en moet ik zelfs mijn zwakke schoolslagje onderbreken om de zwembadrand vast te houden tijdens de (nog steeds bescheiden) pieken. Daarna heb ik meer zin om in het warme en ondiepe kinderbadje languit te liggen. Met plezier kijken we nog een halfuurtje naar de spelende kinderen om ons heen, en praten over dat we het nog niet echt vatten hoe het moet zijn om ouders te zijn.

Wanneer Michiel grapt dat we naar de vroedvrouw zullen bellen, dat we een goed ruim bad hebben gevonden en er niet meer uitkomen, of ze niet naar hier kan komen, moet ik zo lachen dat het voor het eerst behoorlijk pijn doet. Ik zeg tegen Michiel dat het allemaal wel leuk is, maar hij het misschien nu wat bescheidener aan kan doen met de grapjes tot deze voorweeën weer achter de rug zijn.

We nemen nog een lange hete douche in het zwembad en keren weer huiswaarts met de bus en het laatste eindje wandelend. Ik merk dat de pijn toch sterker wordt. Tijdens de pieken lukt het niet om te blijven staan en moet ik gaan zitten op wat er voorhanden is in het koekelbergse stadslandschap, meestal de voordeurdrempel van een huis. Ik zeg tegen Michiel dat hij het maar uitlegt als iemand zijn voordeur zou openen, ik krijg steeds minder zin om te praten.

Om half acht zijn we thuis en besluiten toch maar even naar Marloes te bellen om de "voorweeën" te melden. Marloes vraagt naar de regelmaat ervan (we waren nog niet aan het timen maar ik schat het op "iets tussen de vijf en de tien minuten") en of ik nog kan praten tijdens een wee ("ik kan het denk ik nog wel maar doe het toch liever niet"). Ik schat dat dit toch zal doorzetten, zegt ze, en het voorweeën scenario versplintert in mijn hoofd. Nu pas dringt echt door: ik ga bevallen, ik ga het meemaken, de gebeurtenis waar we negen maanden naartoe hebben geteld, in de zeer nabije toekomst. Marloes zegt om terug te bellen als de weeën om de drie tot vijf minuten komen.

Michiel gaat aan het timen met de stopwatch-app. Ik ben al een pak stiller geworden maar nog met goede moed en ga aan de slag met het plan om actief te bevallen. Mijn bureau is een papierenjungle en ik was al een maand aan het grappen dat ik het wel zou opruimen tijdens mijn arbeid om afgeleid te blijven. Nu lijkt dat niet eens zo'n slecht plan. Samen klasseren we een berg papieren en als mijn bureau opgeruimd is, zie ik de rommelige oppervlakten van de eettafel en keukenaanrecht. Gladde, lege oppervlaktes zijn plots alles wat ik wil. Omdat ik zelf meer en meer tijd spendeer aan het opvangen van de weeën, maakt Michiel op mijn vraag alle horizontale vlakken in huis leeg en schoon, tot en met de stofjes die ik overal opmerk op de vloer, kortom, van ons beiden openbaren zich talenten die zich op andere momenten altijd diep verborgen houden. Intussen maakt de stopwatch app een mooie serie getallen. Ik bleek er niet zo ver naast te zitten met mijn schatting: op die 90 minuten tijd (zo grondig was al dat opruimen en schoonmaken dus ook weer niet) gingen we van gemiddeld acht minuten naar gemiddeld zes minuten, de weeën zelf duren steeds rond de minuut.

In een min of meer proper en opgeruimd huis maken we een nieuw plan. Me mentaal sterk houdend in de spirit van het actief bevallen besluit ik yoga oefeningen te gaan doen. Ik had voor mijn zeef-geheugen van de laatste maanden een lijstje neergeschreven van de oefeningen die ik wel leuk vond. Ik overloop ze en probeer er een tiental, om erachter te komen dat die oefeningen met een scheut pijn erbij helemaal niet leuk zijn.

Eigenlijk voel ik me vooral erg moe. Ik heb het afwisselend warm en koud, wat koortsig zelfs. Ik besluit om in bed te kruipen, warm tegen Michiel aan. Actief bevallen kan me gestolen worden. Zeiden de vroedvrouwen niet dat je vooral moet doen wat je op dat moment zelf aanvoelt als het goede. En dat "goede" voelt nu zonder twijfel aan als bewegingsloos in bed liggen.

Om toch iets te hebben om me op te concentreren buiten pijngevoelens, ga ik focussen op ademhaling. Van lange beheerste uitademhalingslierten kalmeert het zenuwstelsel, zei Sophie. In de oefeningen tijdens de les had ik nooit een effect gewaargeworden noch kreeg ik er het idee van dat ik het eigenlijk echt juist deed, maar nu is het mijn enige afleiding, en effectief, na een tijdje krijg ik een soort automatisch ritme van lange uithalen dat me goed helpt om de weeën op te vangen.

Geef elke wee een kleur, tipte een vriendin me. Ik beeld me in dat onze drie lichamen in en tegen elkaar hier in ons bed, telkens een wee lang baden in een tint van een langzaam verkleurende regenboog. Drie volledige regenbogen later duik ik onder de vijf minuten van gemiddelde wee-tussenpauze, al een paar keer drie minuten, meldt Michiel, die intussen aan mijn ademhaling de pieken van de wee feilloos onderscheidt van de dalen. Het wordt half elf, en we bellen naar Marloes.

Michiel vertelt haar onze voortgang. Het is even stil, dan hoor ik hem vloeken en schrik even. Blijkbaar resette hij terwijl per ongeluk de hele stopwatch-serie wee-intervallen van de laatste paar uur (oef, als het dat maar is). Hij geeft mij de telefoon door en Marloes vraagt of ik nog wat doorga of dat ik wil dat ze komt. Omdat ik graag stoerder zou willen zijn dan ik me op dat moment voel zeg ik "ok, ik doe nog wel even door".

50 bewegingsloze minuten later wil ik wel dat ze komt. Ik begin me ook wat zorgen te maken over mijn aanhoudende koortserigheid. Ik herinner me dat symptoom uit geen enkel bevallingsverhaal of boek. Michiel belt. Waarschijnlijk is dit pal het vervelendste uur voor een vroedvrouw die nog stilletjes gehoopt had op enige nachtrust (Marloes verzekert ons later die nacht dat dat geen bezorgdheid van haar was, maar Marloes is dan ook een persoon van verfrissend weinig bezorgdheden, zo zullen we nog regelmatig ondervinden). Ze arriveert rond middernacht. Het eerste wat ik haar vraag: ik denk dat ik koorts heb, ik heb warm en koud tegelijk en voel me ontzettend moe. Marloes zegt dat ze denkt dat het wel zal overgaan. Ook dat ik erg rustig lijk. Op de vraag of ik actiever moet zijn, stelt ze me gerust dat ik moet doen hoe ik me voel (ik wist het!). We blijven dus in de slaapkamer.

Wanneer Michiel met Marloes wat smalltalk over Brussel wil doen daar gezellig allen op en rond het bed, moet ik hem toch tot de orde roepen. Er wordt niet gepraat wanneer ik een wee heb.

Even later onderzoekt Marloes me: 6cm ontsluiting! Opluchting, want dat is al meer dan ieder van ons had verwacht. Voel je het kindje bewegen, vraagt ze ook. Ik glimlach want besef dat dat zeer zeker zo is, het lijkt er zelfs op dat hij de weeën met een schopje van zijn kant in gang zet.

Wat later wil ik nog wel eens iets anders proberen en ga nog eens in de woonkamer wat heupdraaien op de bal. Weeën vang ik op al hangend aan Michiels nek, die mijn instructies om 100% rechtop te blijven staan (opdat zijn nek precies de juiste hoogte heeft om mijn bovenlichaam uitgestrekt te kunnen laten hangen) wel probeert op te volgen, maar zijn arme nek is niet bestand tegen de vele, vele kilo's die ik daar dan aanhang. Als ik hem elke wee moet herinneren ("hoger, rechter") besef ik dat ik een beetje veeleisend aan het worden ben. De muur of een deurstijl doen de truc langs geen kanten en ik blijf me heel moe voelen. We zijn een uur later ondertussen en een nieuw onderzoek geeft nog steeds 6cm. Ik hoor mezelf zeggen dat ik schrik heb voor de persweeën. Ik had me dit nog nooit eerder gerealiseerd, maar nu zeg ik het blijkbaar tegen Marloes. Als ze vraagt waarom, kan ik echter geen zinnig antwoord geven. Ik stel het bad voor. Marloes lijkt een klein beetje te twijfelen, maar stemt in om te proberen.

In bad kom ik weer helemaal tot rust en de frequentie van de weeën neemt gevoelig af. Dit geeft me echte rustpauzes en ik dommel zelfs een paar keer in voor een tiental minuutjes. Na driekwartier in bad een nieuw onderzoek: nog steeds 6cm.

De moed zakt me in de schoenen. ik ben klaar om alles te proberen om dit nu vooruit te laten gaan. Het is half vier 's morgens en ik besef dat onze zoon precies op zijn uitgerekende datum zal worden geboren, want er is geen sprake van dat ik dit nog 20 uur kan volhouden. Ik wil terug naar het actief bevallen, maar voel me alsof ik de handleiding kwijt ben. Marloes begrijpt me (opnieuw) met weinig zinnige woorden van mijn zijde, en suggereert gewoon rondwandelen, eventueel trappenlopen (de temperatuur in de trappenhal van ons appartementsblok sluit dat laatste meteen uit). Goed. Rondwandelen voelt niet eens zo extreem actief. Maar hoe vang ik dan weeën op? Het snelste gaat dat in een positie die de zwaartekracht toelaat zijn bijdrage aan het proces te doen, bijvoorbeeld al hurkend of op handen en knieën. Daar komt de volgende wee al, ik hurk met steun aan de tafelrand. WOW, dit doet echt massa's meer pijn dan liggend opvangen. Ik herinner me Sophie's advies om de pijn te omarmen, het toe te laten je lichaam te helpen de baby ter wereld te brengen. En laat voortgang nu precies zijn wat ik wil. Ik wandel een parcours door ons appartement met onderweg als mogelijke hurk-steunpunten: de tafelrand, de bureaustoel, en (al snel mijn favoriet) de chauffage in de gang. Eenmaal probeer ik ook de bedrand omdat ik net in de slaapkamer wandel op het moment van de wee - maar die is niet hoog genoeg en wordt dus van het parcours geschrapt.

Opnieuw is het de ademhaling die me in een ritme brengt dat me toelaat de verhoogde pijnlijkheid toch te blijven beheersen (op een of andere manier). Als de pauzes tussen de weeën echt vervelend kort tot onbestaande worden, komt de vraag ter sprake : wanneer vertrekken we naar het ziekenhuis? Sint Jan is 3km, 5 minuutjes met de auto op dit uur. In een vlaag van zinsverbijstering stel ik voor om erheen te wandelen, schattend dat dit een uurtje zou duren met de wee-rustpauzes meegerekend. Michiel lijkt zeer opgelucht als Marloes me dit toch afraadt. Haar argument "het is behoorlijk koud buiten" overtuigt me ook - ik wil mijn zoon niet moeten vertellen later dat hij buiten op straat ter wereld kwam in de vrieskou van het midden van de winter. De taxi wordt gebeld (ik vraag denk ik elke minuut: is hij er al?) en arriveert uiteindelijk ook. De klok toont vijf uur en iet of wat minuten. We hebben het getroffen, het blijkt de behulpzaamste chauffeur van het stadsgewest te zijn. Marloes haalt uit haar Mary-Poppins-tas een gigantisch plastiek zeil en handdoeken die op de achterzetel worden gespreid. Aja, ik besef dat mijn water nog niet is gebroken. Ik hou mijn ogen de hele rit gesloten maar merk dat hier heel zachtjes en voorzichtig wordt gereden. De motor gaat af en we bevinden ons in de parkeergarage-achtige spoed van Sint Jan. Er staat een rij aan het loket maar nadat ik een wee opvang hangend op mijn reiskoffertje gidst Marloes ons langs de rij heen - even zwaaien naar de persoon achter het loket en teken doen dat ik naar het verloskwartier moet, volstaan. Michiel geeft denk ik nog snel mijn identiteitskaart aan iemand van het personeel. Ik vang nog een wee op in de lift, een op de gang, en dan wandel ik een verloskamer binnen. Een mengeling van opluchting en dankbaarheid overvalt me, de kamer is ruim, lekker warm, aangenaam verlicht (niet dat helse ziekenhuislicht), er is een bal, en een groot wit bed dat er heerlijk zacht uitziet, dit is echt perfect, ik maak een picco bello teken naar Marloes wanneer ze vraagt hoe het gaat. Ik ga zitten op het bed zodat Michiel mijn schoenen kan uitdoen. Ik vraag ergens ook nog aan Marloes : nog een onderzoek? Niet nodig, zegt ze geruststellend.  Michiel helpt me opstaan om mijn broek uit te doen, en dan... wordt ik plots en zonder enige aankondiging totaal overmand door een enorme stuwende oerkracht die van buiten mezelf lijkt te komen. Ik zak door mijn benen, en verlies alle controle. Het voelt alsof alles tegelijk uit mij wil: alle lucht uit mijn longen, mijn darminhoud, het vruchtwater, het kind. WOW dus. Dat was de eerste perswee, zegt Marloes, die me op bed helpt op mijn handen en knieën en de bedrand recht zet zodat ik daar voorover gebogen op kan steunen. De perswee, waar ik zo'n schrik voor had, is overweldigend in het kwadraat en tegelijk opluchtend. Met Michiel aan mijn hoofdeind, zijn hand op mijn schouder, kom ik opnieuw tot mezelf. Steun zonder woorden is soms zoveel beter dan met. Ik merk: de pauzes tussen de weeën zijn terug, ik kan even terug normaal ademen, kijken, en zelfs spreken (om paniekerig te zeggen "ik kreeg geen adem"). In al deze paradoxaliteit voel ik me toch verlicht - dit is het, ik heb nu alles meegemaakt, en het is ok, het is de natuur, en ik ben hier ontzettend goed begeleid. Tot de volgende wee daar is, uiteraard.. Mijn hoofd gaat blank, totale overgave is de enige optie. Als het over is, hoor ik Marloes: het hoofdje komt door het geboortekanaal, je voelt het de bocht maken langs het schaambeen. Een perswee later: nu is het in de vagina, heel goed, dit gaat branden, maar probeer hem daar te houden tot de volgende wee. Niet dat ik me voel alsof ik daar controle over heb. Mijn lichaam neemt over, en doet dat blijkbaar goed. Michiel verlaat heel even mijn hoofdeinde om te kijken naar het nu zichtbare kruintje. Gelukkig is hij snel terug, die hand op mijn schouder is essentieel. Een perswee later is het hoofdje daar. En nog een later de rest van zijn lichaampje. Marloes legt een volkomen volmaakt mini mensje onder mij, wat slijmerig en blauwpaars, maar zo ontzettend mooi. Ik draai me op mijn rug en hij wordt op mijn buik in mijn armen gelegd. Het is zes uur 's morgens. Dit is Jacob, zeggen Michiel en ik tegen elkaar, en ook: proficiat aan ons, ouders nu. Waw.

Wat nadien nog gebeurt daar onderaan boeit me veel minder nu Jacob in mijn armen ligt. Ik voel nog een wee, veel zwakker dan zonet, en de placenta volgt Jacobs weg door het geboortekanaal. In vergelijking met Jacob een soepel en zacht fluitje van een cent. Maar er is wel veel bloed, zegt Marloes. Ach, bloed, denk ik nog. Daar zal het toch niet op aankomen. Toch komen nog een stuk of drie andere vrouwen rond mijn bed. De gynaecologe stelt zich snel voor. Ze overleggen over iets, duwen op mijn buik. Auw auw zeg ik, meer geërgerd dan van pijn. Marloes legt uit dat er veel bloed was, waarschijnlijk door een wonde in de baarmoeder, die zou moeten samentrekken. De gynaecologe is intussen met instrumenten mijn baarmoeder inwendig aan het inspecteren en verwijdert nog een vliesje (of zoiets). Voila, opgelost. Ik krijg wel een infuus en protesteer zachtjes (nee, ik ben geen held over naalden in mijn arm). Chemische oxytocine om de baarmoeder te doen samentrekken (ik denk nog "oke extra veel knuffelhormoon kan geen kwaad"), en nog iets anders dat ik ben vergeten - wat krachtmiddel of zo, voor het verloren bloed..

Maar het kan me opmerkelijk weinig schelen, ik ben overmand door bewonderende gevoelens voor die prachtige baby in mijn armen. We hebben het allemaal enorm goed gedaan: Marloes in haar onevenaarbare rustige en perfect getimede begeleiding, Michiel met precies de juiste (en voor zijn doen opmerkelijk woordenloze) steun, ikzelf (ik beviel! ik kon het!), maar de heldenrol is voor Jacob, net op de wereld en het allemaal al zo goed doen: het geboren worden, toen snuffelenderwijs zijn weg vinden naar de borst, en nu drinken drinken drinken. Niets minder dan ons eigen wereldwonder.