Borstvoeding: mijn verhaal

Borstvoeding: mijn verhaal

Op mijn 31ste beleefde ik mijn mooiste droom. Onze zoon kwam gezond en wel ter wereld. Na een mentaal zware risicozwangerschap omwille van diabetes type 1, en een 28 uur lange bevalling met zeven infusen aan mijn lichaam, was ik apetrots toen ik dat kleine jongetje in mijn armen kreeg. Borstvoeding was voor mij een evidentie, ook al wist ik dat de combinatie met diabetes een uitdaging zou zijn omwille van de impact van borstvoeding op de suikerregeling. Mijn intuïtie en goesting waren sterker dan eender welk obstakel, dus met volle moed startte ik het avontuur.

De eerste maanden verliepen op dat vlak allesbehalve vlot. Gelukkig gaf de roze gelukswolk me de nodige energie om door te zetten. Ons zoontje vroeg tijdens de eerste weken bijna nooit zelf om eten, een onbehaaglijk gevoel gaf me dat. Ik legde hem dus telkens op eigen initiatief aan de borst, dag en nacht. Maar zijn zuigtechniek was niet zoals het hoorde. Hij slaagde er niet in om de borst vacuüm te houden, waardoor hij om de drie slokken losliet en smakkende geluidjes maakte. Volgens de vroedvrouw was dit een ideaal voorbeeld van 'hoe het niet moet', maar ik werd gerustgesteld: tijd en oefening konden verandering brengen. Ik werd aangemoedigd te blijven proberen. Eerst een tijdlang met tepelhoedje, een onsexy maar nuttig ding, daarna een tijdlang gekweld door tepelkloven. Maar ik zou niet opgeven!

Het gevolg van zijn slechte drinktechniek was dat onze baby onvoldoende in gewicht bijkwam. De pediater wees me er met een ernstige blik op dat regelmatig afkolven, misschien zelfs kunstvoeding, nu echt noodzakelijk werd. Ik was triestig. Ik wou zo graag mijn kind voeden zoals de natuur het heeft voorzien, zonder plastieken tussenstuk, omdat het heerlijk aanvoelde voor mij maar bovenal omdat het fantastisch goed is voor lichaam én geest van het kleintje.

Zonder de vroedvrouwen had ik wellicht de schrik laten primeren op mijn intuïtie, en de borstvoeding deels of volledig opgegeven. Hun relativerende en zachte stijl was erg waardevol in die kwetsbare periode waarin vermoeidheid en onzekerheid het gemoed uitdagen. Zo waren ze ook mijn reddende engel toen ik van het ziekenhuis thuiskwam met een quasi-borstontsteking. 

Ik bleef dus proberen, volgens een strak schema: om het anderhalf uur aanleggen en daarbij afkolven en flesjes moedermelk geven. Intensief! Maar de inspanning loonde. Onze schat maakte een mooie inhaalbeweging en al gauw kon ik stoppen met afkolven. De smakkende geluidjes en het vacuüm-probleem bleven ondanks zijn gewichtstoename echter bestaan. De borstvoeding was leefbaar geworden, maar verliep nog steeds niet comfortabel. Toen onze kleine man ongeveer drie maanden oud was, lieten we zijn te strakke bovenlipriempje deels (pijnloos) weglaseren door een gespecialiseerde tandarts, opnieuw op aanraden van de vroedvrouw. De daaropvolgende week merkte ik helaas weinig verandering. Maar enkele weken later ging een nieuwe wereld zachtjes open. Ik merkte op dat hij niet langer smakte, dat hij goed doordronk. Lag het aan de tussenkomst van de tandarts? Lag het aan de leeftijd van vier maanden, waarna vele kwaaltjes verdwijnen? Het maakte weinig uit. Ik was dolgelukkig, want ik had eindelijk wat ik wilde. Vanaf dat moment ging ik met fierheid voeden in parken, cafés en restaurants. Heerlijk! 

Onze zoon is nu vijf maanden oud, en gaat binnenkort naar de kinderopvang. Aanvankelijk had ik gepland om te stoppen met borstvoeding op zes maanden. Maar toen ik het afbouwplan begon op te stellen, voelde ik een tikkeltje verdriet. Eigenlijk een grote brok verdriet. Ik wilde helemaal niet stoppen. Waarom zou ik? Omdat het als 'normaal' wordt beschouwd om te stoppen eenmaal je het werk herneemt? Omdat afkolven op het werk een rariteit is? Omdat de meeste vrouwen in mijn directe omgeving geen of kort borstvoeding geven? Na een lange babbel met een van die zeldzame vriendinnen die lang borstvoeding gaf aan elk van haar drie kinderen, was ik overtuigd: ik ga ermee door zolang mijn kleintje en mijn lichaam het leuk vinden. Bovendien heb ik beslist om halftijds te gaan werken. Wat een gelukzaligheid. Ik voel me dankbaar naar mijn (grote) man toe dat ik deze mogelijkheid heb. Dankbaar dat ik mijn zoon de knusheid, de troost en de rijke melk van de borst kan blijven aanbieden. Goedkoop trouwens, en puur natuur. De combinatie met diabetes blijft een uitdaging. Sinds de geboorte van onze jongen, Raphaël, geef ik de diabetes een naam: Louis. Als het ware twee broertjes. Soms vraagt Louis meer aandacht dan Raphaël, dan probeer ik dat in babytaal uit te leggen. Maar met een positieve ingesteldheid lukt het allemaal. En ook hulp doet wonderen, van smakelijke kraamkost tot badjes geven, boertjes opvangen en krampjes kalmeren. Door de sterke betrokkenheid van mijn ouders en mijn zus heb ik de voorbije periode niet alleen als een intens avontuur beleefd, maar ook als een vreugdevol feest. Aan alle borstvoedende mama's, met en zonder diabetes: Geniet!

MM