Brecht

Lieve Brecht,

Daar ben je dan eindelijk! We keken al zo lang uit naar je komst, maar je had het nog zo goed naar je zin in mijn buik, dat je besloot tien dagen langer bij mij te blijven. Die uitgerekende datum, we wantrouwden hem al lang, maar uiteindelijk ga je daar toch naartoe leven. En elke dag na 15 maart duurde te lang. Ik was al meer dan vier weken thuis. Alles waarvoor ik na jouw komst geen tijd meer zou hebben, zeggen ze dan, had ik inmiddels al twee keer gedaan. Op restaurant, naar Ancienne Belgique, het filmhuis, elke dag de krant van A tot Z lezen: ik had er zo naar uitgekeken, maar dit begon toch echt te vervelen. En met het verstrijken van de tijd begon ik zelfs een beetje ongerust te worden. Het scenario van de bevalling, dat ik al in detail kende, begon steeds minder realistisch te worden. Straks zou ik niet geholpen door een vertrouwde vroedvrouw bevallen en zou het ziekenhuis het heft overnemen. Gelukkig hadden de vroedvrouwen er nog steeds het volste vertrouwen in. Zij wisten mij bij elk bezoek weer gerust te stellen. Jij had nog alle tijd om uit je zelf te komen. En zo ging het.

Febe moest je wel een handje helpen door je hoofdje even te kietelen (strippen heet dat dan). Maar je sliep nog lekker door. Pas de volgende ochtend begon het te rommelen. Toch durfde ik nog niet te geloven dat dit het begin was. Die ochtend moesten we sowieso naar het ziekenhuis om jouw hartje te monitoren. Vanzelfsprekend stapten we op de fiets: in Brussel ben je kruipend sneller op je bestemming dan met de auto (dat zou later die dag nog blijken). Na een paar honderd meter werd dit toch te ongemakkelijk en ben ik bij heit (Fries voor vader) achterop de fiets gestapt.
Eenmaal aan de monitor bleek dat met jou alles dik in orde was en dat mijn buikpijn wel degelijk weeën waren. ‘Dat kan nog wel een paar dagen duren. Of niet, en dan zien we jullie vanmiddag wel weer,’ zei de verloskundige.

Weer thuisgekomen, deze keer met een taxi, duurde het niet lang meer voordat de arbeid echt losbarstte. Op handen en knieën onder de douche en daarna opgesloten in een verduisterde kamer diende je jouw komst met steeds grotere regelmaat aan. Heit kwam naast ons zitten en kon nog even de krant lezen en proberen mij tussen de weeën door wat fruit te voeren. Na een paar onwezenlijke uren kwam Febe aangefietst. Zij kwam al snel tot de conclusie dat wij al een aardig eind op weg waren. We konden langzamerhand wel eens naar het ziekenhuis gaan. Het was16u00 en omdat ik me zo verdiept had in allerlei bevallingsverhalen begon ik te rekenen dat jij voor de nacht in mijn armen zou liggen. Febe stapte weer op de fiets en wij in de auto, op handen en knieën op de achterbank. Ik ben benieuwd wat de Brusselaars hebben gedacht bij die aanblik. Uiteraard hebben we de hele route stapvoets moeten voortbewegen en bij elk stoplicht, omringd door de kakofonie van het Brusselse verkeer, stilgestaan. Ook bij de spoedeisende hulp konden we op weinig coulance van de andere automobilisten rekenen en dachten zij met flink toeteren jouw heit te kunnen aansporen mij sneller van de achterbank te helpen.

In de verloskamer -en ineens dringt de volledige betekenis van het woord verloskamer goed tot mij door- heb ik samen met Febe alle mogelijke posities uitgeprobeerd: van het bed naar de skippybal om uiteindelijk in bad te belanden, zoals we al eerder hadden besproken. Wat was dat heerlijk! Febe begeleidde het hele proces zo kalm, dat het voelde alsof heit en ik alleen waren. Zij maakte het bad warmer als ik het koud had, bracht water als ik dorst had en een koud washandje als ik het weer te warm had. Buiten werd het langzaamaan schemerig, het was zowaar sfeervol in de kamer. Op een gegeven moment moest ik van Febe toch nog even naar het toilet. Hangend op haar en heit lukte dat maar nauwelijks. Buiten mijzelf heb ik heit zelfs even gebeten! Maar uiteindelijk was dat het enige leed dat hij te verdragen kreeg. Al die yogalessen waren toch niet voor niets geweest. Concentrerend op mijn ademhaling en volledig in mijzelf gekeerd liet ik de golven van pijn over mij heen gaan. Ik had lang gepiekerd over het al dan niet vragen om pijnbestrijding, maar tijdens de bevalling heb ik daar geen moment aan gedacht.

Teruggestrompeld in een verschoond bad voelde ik dat jij er ook klaar mee was: er uit! Jij begon ook te werken en dat hebben we samen een halfuur gedaan. Heit zat achter ons gehurkt, Febe en een tweede vroedvrouw tegenover ons aan de rand van het bad. Het was inmiddels donker geworden buiten. Ik heb geschreeuwd, niet wetende dat ik zulke kreten produceren kon. En toen, dat laatste stukje: ik kon je hoofdje al zien. ‘Nog een keer persen’, verzekerde Febe mij. Daar kwam je, als een wit wormpje in het water. Een tel later lag je al op mijn borst. Na al die maanden een idee in ons hoofd en een bewegende bult in mijn buik ben je ineens onze dochter, echt, Brecht!