Toch thuis!

Wat vooraf ging… in het derde trimester van mijn zwangerschap las ik enkele boeken over bevallen. Ik ontdekte dat bevallen een indrukwekkend samenspel is van hormonen dat de kracht van een vrouwenlichaam volledig tot zijn recht laat komen. Natuurlijk bevallen zorgt daarmee voor de mooiste start van de moeder-baby-band. Tegelijk was ik verbaasd over de enorme medicalisering van bevallen en de risico’s en nadelen die daaraan verbonden zijn. Goed, ik wilde natuurlijk bevallen -als dat kon- maar hoe moest ik dat aanpakken? Ik had geen vaste gynaecoloog, dus ik bezocht infosessies in twee ziekenhuizen en ging langs bij de vroedvrouwen van Zwanger in Brussel.

Uiteindelijk planden we de arbeid aan huis, om dan samen met een vroedvrouw van Zwanger in Brussel te bevallen in kliniek Sint-Jan. Enkele weken voor de uitgerekende datum was ik er helemaal klaar voor, nu was het enkel nog afwachten.

Bijna 40 weken zwanger begin ik mij wat vervelend te voelen – onze baby mocht komen! De 15 weken zwangerschapsverlof waren al begonnen, hoe langer de baby op zich liet wachten, hoe minder tijd er zou overblijven om met hem samen thuis te zijn.

In de nacht van de uitgerekende datum word ik wakker rond 3 uur, ik voel iets… zouden mijn vliezen gebroken zijn? Ik ga even naar toilet en kruip terug in bed. Een uurtje later wist ik het zeker. Met een leeg glas van op het nachtkastje vang ik wat vruchtwater op, dat was helder met wat witte vlokjes. Alles in orde tot daar en ik voel mij verrassend rustig.

Onze baby was op komst! Ik wil liefst nog even zwijgen tegen mijn man zodat hij nog kan slapen, maar dat lukt natuurlijk niet. Manlief reageert lichtjes zenuwachtig: “Goh, ik voel mij net alsof ik een vliegtuig moet halen”.  Tegen 6 uur ’s ochtends voel ik zwakke weeën opkomen, al lachend proberen we een tip uit een boek toe te passen “geef iedere wee een kleur”. Na een drietal kleuren, wordt de truc waardeloos, zo’n pijn! Om vervolgens te vloeken op die boeken over bevallen die beweren dat je nog rustig een taart kan bakken bij beginnende arbeid. Ik niet hoor. Ik slaag er nog net in om mijn tanden te poetsen… en verschans mij op een matje in de badkamer. Rond 7 uur worden de weeën regelmatiger en beginnen we ze te timen. Een uurtje later belt manlief naar de vroedvrouw van wacht, dat blijkt Elke te zijn. Elke is er gelukkig snel. 

Even nadat Elke aangekomen is onderzoekt ze mij. Direct 5-6 cm ontsluiting en een baarmoederhals die al goed verstreken is. Het gaat snel! De weeën zijn ondertussen nog heviger geworden… Ons grote bad laten vollopen duurt te lang, maar de douche brengt een beetje verlichting. Ondertussen vraagt Elke wanneer we naar het ziekenhuis vertrekken. Ook al was het zo gepland, het lijkt mij opeens bijna onmogelijk om te vertrekken: aankleden, de lift naar beneden nemen, in een ambulance geraken: hoe moet ik dat doen met amper pauzes tussen de weeën? (Het was ondertussen iets na 9 uur ’s ochtends, midden in de maandagochtendspits op een dag met een treinstaking, en met een structureel fileprobleem in de Leopold II-tunnel tussen ons thuis en Sint-Jan.)

Manlief pakt de laatste spullen bijeen voor mijn ziekenhuisvaliesje. Wanneer hij net klaar is met pakken, hak ik de knoop door en beslis thuis te blijven. Ik wist dat thuisbevallingen even veilig zijn dan ziekenhuisbevallingen, ik had een goede zwangerschap gehad, alles leek oké met de baby en ik had vertrouwen in Elke.

Elke blijkt een supergoede bevallingscoach, ze trekt mij erdoor met zachte aanmoedigingen en probeert geduldig de weeën te verlichten met massage en stelt verschillende houdingen voor (zonder veel effect helaas, deze weeënstorm liet zich niet zomaar bedwingen!). Ook de technieken die ik in de prenatale kine leerde brengen geen verlichting. Elke zegt dat de weeën superefficiënt zijn. Dus heftig, maar gelukkig met resultaat.

Onmiddellijk na de beslissing thuis te blijven belt Elke een tweede vroedvrouw. Arlind arriveert snel en ondertussen voel ik al persdrang. Ik zet mij op de toiletpot en wil daar even blijven zitten. We verhuizen naar de slaapkamer, waar het persen wel eeuwig lijkt te duren. Ik pers op mijn hurken, kom recht in de korte pauzes en ik knijp ondertussen manliefs’ arm zowat tot moes. Elke doet het raam dicht, waarschijnlijk zodat de buren niet gealarmeerd worden door mijn oerkreten. Luide kreten afgewisseld met veel gevloek, enkele quotes: Ik: “Kom eruit baby, verdomme!” Elke “Ja, maak u maar goe kwaad!” Arlind zoekt de hartslag van de baby, en heel even lijkt dit moeilijk (ik voelde zelf echter geen ongerustheid). Even later melden de vroedvrouwen dat ze een hoofdje zien, met veel haar! Uiteindelijk en uitgeput nog een keer of twee persen liggend op bed, en na een uur persen in totaal wordt onze zoon geboren om iets na 11!

Elke legt onze baby op mijn buik, maar ik kan er nog niet helemaal van genieten. Ik heb pijn en ril, en die placenta komt maar niet. Mijn man neemt na het doorknippen van de navelstreng de baby even op zijn blote borst. Na een uur en een spuitje hormonen, komt eindelijk ook de nageboorte. Speciaal om het orgaan te zien dat zo goed voor onze zoon gezorgd heeft, maar we bewaren het toch maar niet.

Ondertussen is het middag. Elke en Arlind gaan even naar beneden voor de administratie zodat mijn man en ik kunnen genieten van ons kleine wonder. Het moet gezegd: we zijn onmiddellijk verliefd op onze mooie roze baby met veel blond haar! En daarvan kunnen genieten in de rust en privacy van onze eigen slaapkamer blijkt fantastisch. Geen minuut heb ik spijt dat we niet naar het ziekenhuis zijn vertrokken. Door een samenloop van omstandigheden en dankzij de goeie bijstand van Elke en Arlind kan ik enkel positief terug denken aan mijn bevalling. Ik ben kapot van de krachtinspanning maar ook fier op mijzelf, helemaal op eigen kracht een zoon van dik 3 kg en half op de wereld gezet. 

Tenslotte nog even dit: ondanks de snelle bevalling neemt de borstvoeding geen vlotte start. Maar dankzij de goede begeleiding, steun en het geduld van de vroedvrouwen van Zwanger in Brussel heb ik kunnen doorzetten en is de borstvoeding gelukt (of met andere woorden: onze zoon groeit als kool op mijn moedermelk!). Bedankt Elke, Arlind, Marloes en Laure!