Een zondagskind

Een zondagskind. Dat is onze Rik.

Precies een dag voor zijn uitgerekende verschijningsdatum, op een rustige zondagmorgen, kondigt onze zoon zich aan om half acht 's morgens. Precies na één week moederschapsrust - de te lezen boeken uitgelezen, de te drinken koffietjes gedronken - en de avond nadat we bij het eten van ons lievelingskostje het laatste seizoen van Mad Men uitkeken. Op het ideale moment dus. De todolijst was leeg. Het kind mocht komen. Kinderen voelen dat blijkbaar, wanneer alle vinkjes zijn afgevinkt. Buiten dat laatste grote vinkje dan.

De gsm er even bijgehaald, de 'contractions-app' geopend. En jawel, mooie intervallen van vijf minuten. Dit zijn weeën. Als zijn vader even wakker wordt, zeg ik dat "het weleens voor vandaag zou kunnen zijn".
Ik lees nog wat, en wacht tot iets na negen - het is tenslotte zondag voor iedereen - om het Zwanger In Brussel-nummer te bellen. Elke aan de lijn. Dat ik precies nog goed kan lachen - vroedvrouwencodetaal voor "het is nog niet voor meteen". Ze belooft 's middags langs te komen. Dat vrolijke voel ik overigens de hele dag. Zenuwachtig ben ik geen moment. Vreemd genoeg had ik dat heel anders verwacht. Maar blijkbaar doen je hormonen je je job doen zonder piekeren, als het moment van de waarheid aangebroken is. A woman 's got to do what a women 's got to do, of zoiets.

Zijn vader maakt terwijl ik in de douche sta mijn lievelingsontbijt klaar: verloren brood, met een verse appelsiensap erbij (*smelt). Ik eet tussen twee weeën door telkens een sneetje. Ik doe er lang over.
Ik vang alle weeën - tot de laatste toe - staand op, aan het aanrecht van de keuken, en wat later aan de eetkamertafel. We gooien de lakens nog even in de was en plooien ze - tussen twee weeën alweer - op. Ik maak ook mijn valiesje klaar, alsook een zakje voor de kleine man. Je hebt dus echt nog wel wat tijd voor het echt serieus wordt.

We kijken ondertussen erg uit naar de komst van Elke. Die zal ons immers vertellen wat de 'stand van zaken' is. Of de machinerie goed in werking is. Tot ons plezier blijkt het al goed vooruit te gaan. Elke spreekt de gevleugelde woorden "dat het voor vanavond rond een uur of negen toch zeker zal zijn", als de ontsluiting zo verder evolueert. Elke vertrekt, zegt rond vijf uur terug te komen, en drukt ons op het hart te bellen mocht er wat zijn.

Wij doen verder de weeën-rumba. Want zo voelt het soms, gezien rechtstaan de enige ietwat comfortabele houding is, wiegend met de heupen. (De weeën zitten voornamelijk in mijn bovenbenen, lijkt het.) We luisteren naar een jazzplaat van Benny Goodman, gewoon thuis in de living.

Af en toe onderbreek ik de cadans even voor een douche. Waarbij zijn vader zich even ongerust uitlaat over de stevigheid van het bijgemetselde douchemuurtje. "Of ik misschien toch liever tegen de achterwand zou willen duwen, in plaats van tegen de zijwand." Een vrouw in arbeid is behoorlijk fors. Dat zal hij later op de dag beamen. Hij voedert me trouwens ook de hele namiddag druivensuiker en geeft me een waterfles aan, als een goede wielersoigneur. Zo voel ik me trouwens ook. En hij ook denk ik. Ik moet de koers uitrijden. Dat kan hij niet voor mij doen. En met 'compassie' ben ik niets, wel met een goede coach. En dat is hij. In stilte. (Het is erg storend als iemand praat als je een wee hebt, zo ergens vanaf het moment dat je over de helft bent. Omdat je je zo hard moet focussen op die wee, en dus niets verstaat van wat er gezegd wordt. Laat staan dat je kan antwoorden. Elke begrijpt dat overigens wonderwel. Die zwijgt gewoon als er een wee passeert: "doe deze maar eerst even".)

Ik doe, sla me dood waarom, overigens ook nog doorheen de dag ergens mascara op terwijl ik uit een van mijn douches kom. Wat zal resulteren in geboortefotos met een panda-oog.
In de namiddag worden de weeën zwaarder, en de tussentijd korter. Zij vader masseert af en toe mijn rug, wat heerlijk ontspant. Tegen vijf uur belt Elke ietwat ongerust, "dat ze nog niets van ons gehoord heeft." Ze is onderweg, en ik raak plots in paniek dat ze niet op tijd zal zijn. Er zit nu nauwelijks nog een of twee minuten tussen de weeën.

Het was ons plan om in Ukkel te bevallen, in Sint-Elisabeth, met de vroedvrouw. Maar tegen dat Elke er is om zes uur, ben ik er helemaal niet meer zeker van dat ik nog in Ukkel zal raken - wij wonen in het centrum. Ik wil immers NIET ZITTEN. "Kunnen we niet met de bus gaan, dan kan ik staan?", stel ik compleet onnozel voor. Dat kan niet, maar er is wel een andere optie: Sint Jan, op 5 minuten van onze deur. Elke belt of er een verloskamer vrij is, en off we go. Enfin, minder vlot dan dat ik het hier schrijf. Elke helpt me in mijn All Stars, de vader komt nog met sokken aanzetten maar die zijn overbodig.

Gezien de vader ons boeltje nog in de wagen moet laden, stelt Elke me de vraag of ik met haar of met hem wil meerijden. Ik ga voor de ZIB-mobiel. Twee rode lichten, drie weeën en een blokje om - parkeerplaats! - staan we voor spoed. Oh ja, ik puf ook nog een wee weg tegen de gevel van ons huis en tegen een geparkeerde auto. In een roes duwt Elke me spoed binnen, waar we - lijkt het - onnoemelijk lang aan een loketje moeten staan. Daar puf ik nog een wee weg. En ik bied bij deze ook mijn excuses aan de vriendelijke verpleger die me vroeg' "Schatteke, wil jij geen rolstoel". Waarop ik de repliek "Nee, ik wil staaaaaaaaan" snauwde. Eens de paperassen ok, duwt Elke me een dienstlift in. Een slimme zet, gezien het gegrom dat ik ondertussen uitstoot tot vreemde blikken van mee-lifters zou leiden.


Op het verloskwartier krijgen we meteen een verloskamer met bed, bad en bal. Gezien ik nog altijd alleen maar wil 'staaaaaaaan' maar er hier noch aanrecht nog eetkamertafel aanwezig is, grijp ik het karretje van de monitor vast. Dat wordt mijn vriend voor het komende uur. Tegen dat de vader er is, zijn mijn weeën plots anders. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf. De vader hoefde blijkbaar niet lang te zoeken naar de verloskamer. "Mijn vrouw is net binnengekomen." Alle hoofden wezen op de gang naar mijn 'kot'. Dat met die zottin zonder epidurale. Dat is toch de blik die de op de gang wachtende mannen hem toewierpen.


Wanneer de vader er is, begint Elke te zoeken naar een geschikte bevalhouding. Bad? Nee, gezien je daar niet in kan 'staaaan', natuurlijk. Het baarkrukje? Ik ben niet echt geïnteresseerd, maar gezien ik Elke al sinds een uur of wat als mijn 'guru' gehoorzaam, probeer ik het ding. Eens ik zit, blijf ik zitten. De vader zit achter me, op een bal, terwijl ik zijn knieën fijn knijp. Elke redt zowel mijn stembanden - "je zal nu toch echt moeten stoppen met roepen als je morgen nog iets wil kunnen zeggen" - als de vaders knieschijven - "hou je anders eens aan de rand van het krukje vast".


Vanaf het moment dat Elke 's avonds bij ons binnen kwam tot op het allerlaatst vraag ik haar met regelmaat van de klok "of ik het wel zal kunnen". Vreemd genoeg ben ik het aan het kunnen, maar besef ik dat niet tot ik ongeveer aan mijn laatste perswee ben. Ik ben ook doodbezorgd over onze zoon, ik volg de hartmonitor ongerust. "Doet ie het nog goed?". Dat doet hij, en nu nog trouwens. Elke zit (gewoon 'in burger' zoals ze het zelf noemt) in kleermakerszit voor ons en doet - lijkt het - niet meer dan vertrouwen geven. "Doe maar, je bent goed bezig. Goed zo, herpak even je adem, en doorgaan." Nog zo'n wonderlijke coach.


Na twintig minuten persen - in relatieve stilte overigens, je hebt plots al je energie nodig voor het echte werk - duwt Elke plots op het belletje om de vroedvrouw van het ziekenhuis erbij te halen. Paniek bij mij: "Er is iets aan de hand hè?". Waarop Elke geruststellend: "Maar nee, hij gaat gewoon geboren worden." En dat doet hij. Amper anderhalf uur nadat we in het ziekenhuis toekwamen. Rik. Zo hard we naar hem hebben verlangd, zo rustig is hij geboren. Hij wordt op mijn borst gelegd, en krijgt zo'n koddig mutsje op. Elke meet de schade op en zet met heel zachte hand twee kleine hechtingkjes. Peanuts, terwijl ik zo bang was voor de gevolgen in het rampgebied. Samen met de vader meet en weegt ze Rik, mijn bed wordt zo gerold dat ik dat eerste gespartel van onze kleine man goed kan zien. 50 centimeter en 3,3 kilo. De perfect gemiddelde baby. Na een perfect normale zwangerschap, die na de eerste vreemde maanden ook vooral een hele mooie en warme tijd was. Wij zijn eigenlijk allebei zondagskinderen, Rik en ik.